Walter Mischel, De marshmallow test. (boekbespreking)

Walter Mischel, De marshmallow test, verbeter je zelfbeheersing. 285p 2014 (paperback)

 

Een kind krijgt een marshmallow aangeboden en mag kiezen: eet deze nu op of wacht even en dan krijg je er twee. Wat zal het doen? En wat zegt die keuze over zijn toekomst?

Met dit ondertussen wereldberoemde onderzoek startte Walter Mischel in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn onderzoek naar zelfbeheersing. Hij besteedde nadien zijn ganse carrière aan verder onderzoek naar zelfbeheersing.

 

In een eerste deel beschrijft Mischel tientallen onderzoeken die voortborduren op dat oorspronkelijke onderzoek. Maar eerst doet hij verslag van de opvolgstudie met dezelfde kinderen die de oorspronkelijk marshmallow test mee deden. Na tientallen jaren zocht hij ze opnieuw op en keek naar hun toenmalige status. De kinderen die er op vier- en vijfjarige leeftijd in slaagden te wachten en te kiezen voor de uitgestelde beloning waren tussen hun 25 en 35 jaar veel succesvoller in alle gebieden van hun leven, maar waren ook gezonder, hadden minder obesitas en diabetes en waren minder in aanraking gekomen met het gerecht. De conclusie uit dit onderzoek, en nadien bevestigd in vele vervolgonderzoeken is dat zelfbeheersing op jongere leeftijd een veel betere voorspeller is van succes dan de uitslag op de traditionele IQ-test. Ook herhaaldelijk bevestigd is de manier waarop kinderen erin slagen hun spontane neiging om de dadelijke beloning te kiezen uit te stellen. Zorgen dat de verleiding uit het zicht is, is één manier, de gedachten op iets anders richten een tweede, maar steeds komt het erop neer dat die kinderen die slagen in de test erin slagen om de ‘hete’ impuls af te koelen. Heet noemt Mischel al datgene wat ons limbische systeem (de amygdala) triggert tot NU. Koel is datgene wat we door beredeneren en reflectie in onze nieuwere hersenen (de frontale cortex) kunnen uitstellen tot DAN.

Misschien nog belangrijker dan deze observatie en deze gevolgtrekkingen is dat dit soort gedrag helemaal niet aangeboren is, maar kan aangeleerd worden. Mischel geeft talloze voorbeelden van scholen die erin slagen hun nog jonge leerlingen dit soort gedrag aan te leren met als gevolg beduidend hogere slaagkansen in later onderwijs en werkveld, ook als alle andere factoren tegenzitten (armoede, marginalisatie..). Ook de casuïstiek van ouders die erin slagen hun kinderen uitstelgedrag aan te leren.

In deel twee dat Mischel benoemt als ‘van marshmallows naar pensioensparen’ , gaat hij verder op deze wetenschap en onderzoekt hij hoe we ook als volwassenen steeds geconfronteerd worden met deze keuze : een goed nu versus een beter later. Steeds geeft hij de resultaten van onderzoeken die ons leren waarom we er zo slecht in slagen te sparen voor later, waarom succesvolle mensen bezwijken voor goedkope verleidingen, waarom slimme mensen soms zo dom handelen. Maar evenzeer doet hij suggesties hoe we beter naar ons toekomstig zelf kunnen kijken, hoe we van pijnlijke emoties kunnen afkomen om geen dwaze zaken te doen en, vooral, hoe we met de als … dan techniek ervoor kunnen zorgen dat we verleidingen in de toekomst te slim af kunnen zijn.

Tenslotte doet Mischel in deel drie verslag van een aantal pogingen om meer gestructureerd mensen meer zelfbeheersing te leren.

 

Een zeer lezenswaardig boekje. Ik kende de marshmallow test al wat langer, maar Mischel geeft zodanig veel context, toelichting en bijkomende voorbeelden dat je de volledige achtergrond begrijpt.

Van de andere kant probeert Mischel zijn eigen veertigjarige carrière en de doctoraatstudies van tientallen van zijn promovendi in één boekje te gieten. Dat wordt wat veel op de duur. Maar je gunt het hem wel, hij is zo trots op zijn levenslange onderzoek naar zelfbeheersing dat hij er inderdaad wel degelijk alles over weet. Alles wat er tot op vandaag bekend over is, want zonder twijfel zal er nog veel over te onderzoeken zijn.

 

Jammer vind ik dat Mischel bijna uitsluitend spreekt over het negatieve deel van deze menselijke eigenschap, de zelfbeheersing. De positieve kant, wilskracht komt te weinig aan bod. Terwijl er perfect dezelfde mechanismes spelen. Zo krijg je vooral voorbeelden hoe zelfbeheersing ervoor zorgt dat je slechte zaken iet (meer) doet : roken, snoepen, misdaden…. Terwijl wilskracht er voor kan zorgen dat je zoveel positieve zaken kan bereiken, in je werk of in je leven.

 

Maar dit toch maar als detailopmerking. In totaal is het een boek om jaloers op te zijn. En is het vooral een boek om heel veel uit te leren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.