Nick Winter, The Motivation Hacker (boekbespreking)

The motivation hacker,  , 2014 (epub)

 

Een jonge Californiër gaat met zichzelf de uitdaging aan om in 3 maanden 18 verschillende zaken te verwezenlijken. Gaande van het schrijven van een boek, leren op 1 hand staan, 3000 nieuwe Chinese woorden leren, een app voor Iphone schijven, een startup doen van een bedrijf, 20 boeken lezen, elke dag tijd hebben voor zijn vriendin, elke dag fitness training doen en nog een deel andere.

Je moet goed gek zijn om dat te proberen denk je dan..

Zijn methode vertrekt volledig vanuit motivatie en een doorgedreven schematisering van zijn dag. Het voordeel van zijn boek is dat het je wat tijd bespaart om zelf een aantal zaken uit te zoeken. Winter deed duidelijk zijn onderzoek en probeerde flink wat dingen uit om te zien watt en wat niet.

In zijn boek pikt hij het idee van Peers Steel ‘The procrastionation equitation’ en verwerkt deze in zijn motivatie theorie. Motivation = Expectancy * Value / Impulsiveness * Delay. Met wat creatief bochtenwerk slaagt hij daar in.
Motivatie wordt daardoor een gemakkelijke manier om zaken te bereiken, zo makkelijk dat je de neiging krijgt om dadelijk ook wat gekke doelen op te stellen zoals Nick Winter deed bij zijn eigen uitdaging.

Toch nog even voor de niet ingewijde de vier kenmerken van de vergelijking :

Verwachting: hoe groot schat je de kans op succes in?

Waarde: hoe belonend is het behalen van dit doel voor jou?

Impulsiviteit: hoe veel afleiding lokt je weg van je werk?

Delay: hoe lang duurt het eer je resultaat ziet of een beloning ervaart?

Het beïnvloeden van een of meerdere van deze factoren zal de kans bepalen dat jij je doel bereikt.

Nick Winter noemt doorheen zijn boekje terugkerend een drietal factoren die hem bij elke uitdaging hielpen.

  1. Succes gaat steeds in een opstijgende spiraal. Start klein, boek een succesje, raak daardoor geïnspireerd en nog wat extra gemotiveerd en boek nog wat groter succes. Simpel volgens Winter.
  2. Vertel aan zoveel mogelijk (en liefst nog wat meer) mensen wat je van plan bent. Dat verkleint extreem je kans dat je uit je uitdaging kan stappen. Tenzij je een loser bent, maar welke loser stelt zichzelf 18 doelen?
  3. Verbrand je schepen. Haal elke mogelijkheid tot afleiding weg en zorg er zo veel als mogelijk voor dat je geen kans hebt je uitdaging op te geven. Trek de internet kabel uit, verkoop je computer, maak de tv onklaar, teken een contract voor je boek… Winter gebruikt hiervoor ook de app Beeminder waar hij zelf vrijwillig een boeteclausule aangaat als hij een bepaalde uitdaging opgeeft.

 

Tja. Een vlot en wat aanstekelijk geschreven boek. Erg no-nonsense en zelfs in simpel Engels. Maar misschien toch wat simpel allemaal. In de biografie van Nick Winter lees ik dat hij verschillende masters bezit (wiskunde, talen, geschiedenis, IT). Zeker geen dommerik of luierik, hoewel hij zelf aangeeft dat hij op moment van zijn afstuderen zichzelf wat als een looser en kanshebber als mislukkeling catalogeerde. Het is zijn interesse in lifehacking en zijn zichzelf beconcurrerende houding die hem van de verloedering spaarde, zo noemt hij het zelf.

Een beetje vreemde kerel dus wel, maar, toegegeven, zijn boek is er, en zijn achttien uitdagingen haalde hij. Das toch ook om te onthouden.

De titel van zijn boek is wat misleidend en te simpel. Motivatie alleen is onvoldoende voor dit soort fratsen. En doorheen zijn boek beschrijft hij ook wel andere zaken waarmee hij zich op de rails houdt. De ons gekende vijf minuten regel past hij bijvoorbeeld toe, gewoontevorming gebruikt hij heel fel. Hij oefent zijn wilskracht doorheen allerlei dwaze spelletjes. Hij maakt van alles een wedstrijd (herinner je de autotelic persoonlijkheid van Mihaly Csikszentmihalyi) en meet zowat alles. Maar goed, als hij dat motivatie noemt.

Als je wat tijd over hebt dan kan je het boek ‘the motivation hacker’ van Nick Winters eens lezen. Maar er is beter te vinden.

 

Kelly Mc Gonigal, Willpower (boekbespreking)

Kelly McGonigal, The Willpower Instinct: How Self-Control Works, Why It Matters, and What You Can Do to Get More of It, 2013. epub

 

Kelly McGonigal is naast Baumeister voor wat mij betreft de referentie schrijver over wilskracht. Ze onderbouwt elke stelling met veel wetenschap en voorbeelden. Het boek is vertellend geschreven. Het is het neergeschreven verslag van haar lessenreeks erover op Stanford University. Een echte aanrader

Continue reading “Kelly Mc Gonigal, Willpower (boekbespreking)”

Black box denken, Maak van je fouten een succes. Matthew Syed. 2015

Matthew Syed, Black box denken, Maak van je fouten een succes.

Goed nieuws! Fouten maken is een voorwaarde voor succes.

Matthew Syed is columnist voor CNN, The Times en BBC newsnight. Hij schreef dit boek over fouten maken. Of, beter gezegd, over wat mensen doen die leren uit hun fouten. Fouten maken is menselijk en onvermijdelijk. Maar niet leren van je fouten is pas echt fout. Zo staat het op de achterflap van het boek, en dat is in een zin inderdaad de korte inhoud van het boek.

Continue reading “Black box denken, Maak van je fouten een succes. Matthew Syed. 2015”

Carol Dweck, Mindset, the new psychology of success. 2007 (boekbespreking)

Carol Dweck, Mindset, the new psychology of success. 2007

Carol Dweck is een psychologe die haar carrière besteedde aan onderzoek naar prestatie en succes. Ze beschrijft haar jarenlange opgedane inzichten en ervaringen in haar boek ‘mindset’.
Niet alleen onze talenten en vaardigheden zorgen voor succes. Het hangt ook af van onze mindset, onze denkstijl. Ze beschrijft twee mindsets: de statische mindset en de op groei gerichte mindset.

Enkele vragen die je duidelijk maken welke mindset jij gebruikt :

• Hoe ga je met uitdagingen om, vermijd je ze of verwelkom je uitdagingen?
• Hoe ga je met belemmeringen om, geef je snel op of zet je door als iets niet vanzelf gaat?
• Hoe ga je met inspanningen om, zie je dit als zinloos of zie je inspanning als een weg naar beter worden?
• Hoe ga je met kritiek om, negeer je deze of leer je van kritiek?
• Hoe ga je om met het succes van een ander, is het een bedreiging voor je of vind je inspiratie in het succes van een ander?
Liggen jouw talenten vast of kan je ze ontwikkelen? Is het zo dat je wel aanleg hebt voor wiskunde maar niet voor talen? Dit vraagstuk en dit voorbeeld gaat al jaren mee. De meeste deskundigen zijn het erover eens dat het een wisselwerking is tussen aanleg en opvoeding. De visie die je hebt op de mogelijkheid van het ontwikkelen van kwaliteiten heeft belangrijke consequenties voor je leerhouding. Er zijn twee overtuigingen, die hieronder uitgewerkt worden.

In de fixed mindset gaat iemand ervan uit dat intelligentie vast staat van bij de geboorte en nauwelijks nog kan veranderen. Als je zo denkt, dan wil je vooral slim overkomen. Je wil vooral geen fouten maken en dadelijk goede resultaten halen. Liefst zonder studeren of zonder veel inzet, want iemand die slim is heeft geen studie nodig. Je vermijdt uitdagingen, want dan kun je fouten maken. Je zoekt steeds bevestiging voor je intelligentie, maar ook voor je innemende persoonlijkheid. Het draait om succes hebben, slim overkomen, geaccepteerd worden en een winnaar zijn. De grote angst is falen, dom overkomen, afgewezen worden en een verliezer zijn. Je gedraagt je defensief bij belemmeringen en geeft het al gauw op. Wat je niet kan, dat kan je niet en dat verdoezel je, wat je wel kan daar pronk je mee.

Inspanning is zinloos, want als je echt een genie bent, dan hoef je je niet in te zetten. Kritiek komt over als een bedreiging, daarom negeren je feedback. Het succes van anderen is een bedreiging. Het resultaat van de statische mindset is dat je niet echt ontwikkelt en dus minder bereikt dan mogelijk is. De statische mindset beperkt de prestaties. Het werkt destructief op de gedachten en leidt tot slechte leermethoden.

Iemand met de growth mindset ziet wel degelijk dat mensen verschillend zijn wat betreft hun talenten, interesses en temperament, maar iedereen is in staat om te veranderen door te leren en ervaringen op te doen. Iemand met deze mindset gaat er vanuit dat je je basiskwaliteiten kunt ontwikkelen door er moeite voor te doen. Intelligentie is te ontwikkelen. Dit zorgt ervoor dat je graag wil leren. Je gelooft wel dat het eindresultaat van de ontwikkeling van een mens onbekend is en dat het niet te voorspellen is wat hij kan bereiken door jarenlang te werken en te oefenen. Je geloof dat kwaliteiten ontwikkeld kunnen worden en dat zet je aan tot leren.

Iemand met een op groei gerichte mindset is blij met uitdagingen en geeft niet op bij tegenslag. Inspanning is de weg tot meesterschap. Door jezelf volledig in te zetten en vol te houden bij tegenslagen raak je door de moeilijkste perioden van je leven en wordt je steeds beter.
Iemand met een op groei gerichte mindset leert van kritiek en laat zich inspireren door het succes van anderen. Het resultaat van deze mindset is dat je een steeds hoger niveau bereikt.

Dweck deed onderzoek naar de reactie van leerlingen op slechte cijfers. Leerlingen met een op groei gerichte mindset zeiden dat ze de volgende toets meer zouden studeren. Ze geloven erin dat de slechte resultaten enkel aantonen dat ze nog niet voldoende hun best deden of de stof nog niet genoeg ingeoefend hadden. Ook genieën moeten werken om succesvol te worden. Natuurlijk willen zij ook wel graag talent. Maar wat je capaciteiten ook zijn, het is de inzet die je talent laat groeien.

Maar leerlingen met een fixed mindset zeiden juist dat ze de volgende keer minder zouden studeren. Ze leren niet van hun fouten, ze leren niet hoe het beter kan, maar ze troosten zichzelf dat er leerlingen zijn die het nog slechter deden. En bovendien heeft de leraar toch een pik op hen en was dat eigenlijk de oorzaak van de slechte resultaten. Het probleem is dan dat je jezelf niet aanpakt. En dus leer je niet. Mensen met een fixed mindset houden niet van inspanning, maar alleen van talent. Niet enkel hoeft iemand die talent heeft, hoogbegaafd is of een genie is, geen inspanningen te doen. Ook het tegendeel is waar. Iemand die inspanningen doet toont daarmee aan dat hij niet superbegaafd of zelfs begaafd is.

Na deze zorgvuldige uitleg van beide mindsets beging Dweck aan hoofdstukken vol met voorbeelden. Sportkampioenen, bedrijfsleiders, kinderen uit kansarme gezinnen, sportcoaches, onderwijzers. Tientallen voorbeelden hoe mensen met een groeimindset groeien en stilaan tot topprestaties komen. Tietallen voorbeelden hoe mensen met een fixed mindset blijven steken, hun omgeving de schuld geven van hun falen en hun zaak, wedstrijd, studenten of medewerkers mee in deze val meesleuren.
Het boek is hierdoor heel duidelijk, maar het wordt ook wel wat langdradig. Op de duur heb je het wel begrepen.

Het laatste hoofdstuk overstijgt weer het niveau. Dweck geeft uitgebreid en weerom met talloze voorbeelden aan hoe mensen hun mindset kunnen wijzigen. Ze vertelt hoe ouders en leerkrachten, haar voornaamste doelgroep, kinderen kunnen helpen een nieuwe mindset te ontwikkelen. Ook hier weer talloze voorbeelden. Steeds goed toegelicht en heel geloofwaardig.

Kennis over de werking van het brein kan bijdragen aan het veranderen van de mindset. Sommige mensen denken dat je slim, middelmatig of dom bent en dat altijd blijft. Maar recent hersenonderzoek laat zien dat het brein lijkt op een spier: hij wordt sterker als je hem vaker gebruikt. Bij het leren ontstaan er nieuwe, kleine verbindingen. Hoe meer je jezelf uitdaagt om te leren, hoe meer hersencellen ontstaan. Het resultaat? Een gezonder, scherper verstand. Dweck legt uit hoe ze met haar brainlab theorie kinderen helpt om metaforisch hun groei voor te stellen. “Als ik leer”, zo laat ze een van haar proefpersonen zeggen, “dan groeien er meer cellen in mijn hoofd. En zo word ik altijd slimmer”.

Het boek mindset van Carol Dweck is verplichte literatuur voor elke ouder en elke leerkracht. Maar ook leidinggevenden leren er best wat uit. Tenslotte zou iedereen die met zichzelf wat inzet haar boek moeten lezen. Als je wil groeien, tenminste. Als je al slim genoeg bent, dan hoeft dat natuurlijk niet.

Voor degenen die Dwecks boek wat lang vinden, er zijn op google verschillende YouTube video’s te vinden. Haar TED talk over dit onderwerp werd al enkele miljoenen keren bekeken. Ik zet hier een link ernaar toe.

Diegenen die het boek willen lezen. Het verscheen in het Nederlands en is hier te verkrijgen.

Walter Mischel, De marshmallow test. (boekbespreking)

Walter Mischel, De marshmallow test, verbeter je zelfbeheersing. 285p 2014 (paperback)

 

Een kind krijgt een marshmallow aangeboden en mag kiezen: eet deze nu op of wacht even en dan krijg je er twee. Wat zal het doen? En wat zegt die keuze over zijn toekomst?

Continue reading “Walter Mischel, De marshmallow test. (boekbespreking)”

Kelly McGonigal, The upside of stress. (boekbespreking)

Kelly McGonigal , the Upside of Stress: Why Stress Is Good for You, And How to get Good at It (paperback 285p 2015)

McGonigal is een nog redelijk jonge psychologe aan de Stanford Universiteit. Ik kende haar eerdere werk over wilskracht. Naast Baumeister is zij degene die hierover het meeste onderzoek deed. In onze blogs verwijzen we regelmatig naar beiden.

Op een wat toevallige manier komt McGonigal in aanraking met een verrassende mindset. Door het werk van Alia Crum leert zij de keerzijde van stress kennen.

Stress is het gevolg van de reactie van ons lichaam op een plotse spanning of gevaar. Het resulteert in een vecht- of vluchtreflex en stamt uit onze heel vroege evolutie. Ook dieren kennen deze reactie. De stressrespons was vroeger van belang toen me moesten ontsnappen aan de hongerige leeuw of aan ander gevaar. De traditionele studies en boeken over stress kunnen niet goed weg met deze stressrespons, die, zoals ze zeggen, in onze tijd nog steeds ontstaat als reactie op gepercipieerd gevaar. De probleemstelling zoals we die al jaren leren is dan dat we in onze maatschappij met de gevolgen van die vecht- of vluchtreactie geen weg meer kunnen (we kunnen niet weglopen uit de vergadering en we kunnen een dwaze kwade baas niet neermeppen…). Hierdoor blijft de stressreactie intern in ons lichaam. En als dat dan wat chronisch wordt zijn we voortdurend onder invloed van deze geïnternaliseerde reacties en dan worden we ziek. Maagzweren, maagdarmstoornissen, hoofdpijn, hartkwalen enzoverder. Omdat we deze stress (of chronische angst zoals het ook wel eens genoemd wordt) niet kunnen ontvluchten en de reacties ervan voelen, gaan we met vervangmiddelen de gevolgen proberen ongedaan te maken. Alcohol, nagelbijten en roken als zelfgekozen oplossingen, slaapmiddelen, maagzuurremmers of bètablokkers als voorgeschreven hulpmiddelen.

Niet langer als het van McGonigal afhangt. Uit onderzoek vond men dat stress ook een heel positieve invloed kan hebben. Voorwaarde is enkel dat men stress anders beziet, niet als schadelijke en ongewenste factor, wel als hulpmiddel van ons lichaam om de stressvolle reactie aan te kunnen.

En dat postitieve effect is dan niet enkel het wegblijven van de traditionele stressklachten, maar zelfs omgekeerd : als je stress omarmt dan wordt je lichaam daar beter van. En een tweede effect is dat je prestaties er op verbeteren. Mensen die de ervaring van stress als positief zien (stress helpt me deze moeilijke klus uit te voeren) leveren in onderzoek na onderzoek betere resultaten af. Net zoals stress ervoor zorgde dat we snel en ogenblikkelijk konden vluchten voor de hongerige leeuw, zo zorgt stress ervoor dat ons brein beter werkt en een groter probleemoplossend vermogen heeft. De verhoogde bloedtoevoer door het uitzetten van de aders zorgt voor de aanvoer van meer zuurstof naar al onze vitale organen, zo kunnen wij de hedendaagse stressor beter aan.

Het lijkt allemaal helemaal tegengesteld aan wat we altijd al leerden, maar McGonigal voert zovele onderzoeken aan en vertelt zo overtuigend dat het allemaal wel heel plausibel klinkt. Vanuit al de onderzoeken en doorheen het ganse boek geeft ze een aantal manieren mee om onze mindset te wijzigen en die ons zullen helpen stress als vriend en medestander te beschouwen. Ik noem ze hieronder. Ze lijken niet allemaal even logisch of voor de hand liggend. Als je de achterliggende onderzoeken wil bestuderen, dan lees je best het boek van McGonigal.

De volgende keer dat je naar een stressvolle situatie gaat, schrijf dan gedurende een tiental minuutjes over een hogere waarde in je leven. (bijvoorbeeld onafhankelijk worden, compassion tonen, voor een betere wereld zorgen..).

De volgende keer dat je je eigen hart in je keel voelt bonzen, bedenk dan dat dat de reactie van je lichaam is om je beter door die welbepaalde situatie te helpen. Vertel jezelf dat al die sensaties die je voelt die manieren van je lichaam zijn om jouw optimaal voor te bereiden om als winnaar uit die situatie te komen. Deze korte cognitieve mindset reset, zo blijkt uit het onderzoek, helpt je niet alleen veel beter te presteren, maar vernietigt ook alle schadelijke invloed van wat je vroeger als stress benoemde.

Een derde mindset reset : als je een volgende keer in een moeilijk situatie komt, denk dan aan anderen die hetzelfde of iets ergers meemaken. Als die anderen kennissen, vrienden of BV’s zijn, is het effect nog sterker.

Als je in een stressvolle situatie komt, probeer je dan te herinneren hoe je vorige keer die situatie hebt overwonnen en hoe je daar sterker bent uitgekomen. Als je de ervaring van stress ziet als een manier om sterker te worden, dan zal je dat een volgende keer effectief ook als zodanig ervaren.

McGonigal noemt nog enkele mindset resets in het boek. Ze zijn de moeite waard om eens uit te testen. Sommige zijn op het eerste zicht verrassend. Maar McGonigal geeft aan elk een stevige wetenschappelijke onderbouw en kan echt wel veel kaderen in onze evolutionaire groei. Vele van haar inzichten linkt ze bovendien met andere auteurs die hetzelfde maar vanuit een ietwat ander gezichtspunt benaderden (Dweck, Maxwell, Goleman,…).

 

‘Sterker met stress’ leest in het begin vlot. Vooral omdat je echt wel verrast wordt door de inzichten en bewijsvoering. Het is heel tegengesteld met wat ik al verschillende decennia leer. Naarmate het boek vordert herhaalt de auteur zichzelf wat. Het boek had minstens vijftig bladzijden dunner kunnen zijn. Maar, dat mag wel gezegd, McGonigal is volledig overtuigd en doet haar best om iedereen te overtuigen. Waarom? omdat zij zeker weet dat het omarmen van stress ons langer laat leven, meer doet bereiken en, à la limite, ons gelukkiger maakt.

 

Degenen onder jullie die meer willen weten, maar niet het boek willen lezen. Er is een al tien miljoen keer bekeken TED talk van McGonigal over dit thema. Vijftien minuten met Nederlandstalig onderschriften. Ik zet de link hieronder. zeker weten, nadien halen jullie haar boek wel om het te lezen.

 

 

Marshall Goldsmith, Triggers. (boekbespreking)

Marshall Goldsmith. Triggers, creating behavior that lasts – becoming the person you want to be. 2015

Marshall Goldsmith is een coach. Al een beetje op leeftijd en met oneindig veel wereldwijde ervaring. Hij is voornamelijk bezig met top CEO’s. Iemand anders kan zijn prijskaartje niet betalen vrees ik, hoewel hij wel een bepaalde garantie biedt : je moet hem enkel betalen als je na drie maanden vindt dat zijn adviezen en coaching je iets bijbrachten. Goldsmith heeft zijn eigen executieve coaching bureau.

Vind je jezelf ooit wat ongeduldig? Ben je niet altijd de empathische medemens die je zou willen zijn? Verschiet je zelf wel eens hoe geïrriteerd je kan zijn als een bepaalde collega je aanspreekt? Heb je je humeur wel eens van 0 naar 60 weten accelereren als iemand je in het verkeer de weg afsneed?

Dan ben je bij Triggers van Goldsmith in het juiste gezelschap.

Deel I gaat over de redenen en impulsen (triggers) waardoor we niet altijd de persoon worden die we eigenlijk wel willen zijn.
Goldsmith zoekt naar de prikkels die ons kunnen laten ontsporen. Al snel heb je door dat de schuld steken op je omgeving niet langer opgaat. Je leeft nu eenmaal niet in een vacuüm, dus je doet er goed aan uit te zoeken welke impulsen of gebeurtenissen jou aanzetten tot dat gedrag waar je zelf zo graag van af zou willen. Deze kunnen intern, direct, bewust, verwacht, productief zijn, of hun tegendeel. Omdat onze impulsen altijd gevolgd worden door een gedrag en een beloning van dat gedrag, zijn we ook in staat om dat te wijzigen.

Goldsmith steekt dan door naar een thema dat mij erg aanspreekt, de overgang van planning naar uitvoering. Nu zijn we planner, zegt Goldsmith, maar straks moeten we doener zijn. En daar zit een wereld van verschil tussen. Hij benoemt vijftien veel gebruikte excuses om die kloof niet te dichten : “morgen is er nog een dag”, is zo’n dooddoener, maar ook “ik word nooit moe en mijn enthousiasme is oneindig” en “ik doe het tenminste beter dan Jan”. Al deze uitvluchten helpen ons… nu niets te moeten doen en nu niets te moeten veranderen.

Stel je voor dat je een dagje naar het strand gaat of een dag fietsen, hoe ondenkbaar zou het dan zijn moest je niet op voorhand naar het weerbericht kijken of op Google wat over de omgeving opzoeken? En toch is dat wat we dikwijls doen als het over ons gedrag gaat, we vergeten dat er ook een omgeving is die ons beïnvloed. Altijd en voortdurend.

Goldsmith gaat dan over naar veranderen. Hij gebruikt in zijn coaching sessies hiervoor het rad van verandering. Als je verandering wenst denk dan aan nieuwe zaken creëren, zaken weglaten, dingen veranderen of verbeteren en tenslotte sommige zaken in je leven of gedrag te aanvaarden. We kunnen deze methodiek ook gebruiken bi het opstellen van onze doelen, op het werk, met onze teams of privé.

In deel twee bewandelt Goldsmith het thema van de duurzame verandering door te proberen en op te volgen. Hij introduceert hiervoor de techniek van de actieve en engagerende vragen. Een actieve vraag betrekt je intensief in wat je wil bereiken en is van het type : deed ik vandaag mijn best om gelukkig te zijn, complimenten te geven, te sporten… .Best dagelijks te beantwoorden zegt Goldsmith. En als het je zelf niet lukt, vraag dan een vriend of huur je een coach.

Deel drie leert ons structuur te aanvaarden om meer zaken te bereiken in ons leven. De thema’s wilskracht en ego depletion komen aan bod. Hoe kan structuur ons daarbij helpen en hoe moet die structuur er dan uit zien? En, tenslotte, waarom is het soms zo lastig dat allemaal te aanvaarden? Omdat, zegt Goldsmith, we te snel tevreden zijn met ‘goed genoeg’.

Deel IV tenslotte is een kort, mij wat overbodig deel. Het gaat over de cirkel van engagement. Goldsmith herhaalt er nog wat zaken en concludeert dan eigenlijk dat om te veranderen we ons eerst moeten bewust worden van de gevolgen die sommige impulsen op ons hebben, en dan bewust kiezen om onze reatcie erop te wijzigen. Als je wat moeilijker lopende relaties wil veranderen en daarbij zelf het initiatief wil nemen dan sla je dit deel best niet over.

Goldsmith is een auteur die ik graag lees, dus hoe objectief ik over zijn boeken ben, dat weet ik zelf niet meer goed. Maar het is me wel heel duidelijk dat ik steeds veel bij leer van hem. Als mijn collega’s me in de voorbije jaren soms ten goede zagen veranderen, dan was dat dikwijls door Goldsmith. En ook ‘triggers’ zal weer dat effect hebben. Zeker weten.

Goldsmith schrijft heel authentiek en kan uit eigen ervaring tal van voorbeelden geven. Zijn visie over leiderschap is heel anders dan de wat cynische ondertoon die in heel veel ‘gedraag je professioneel’ adviezen zit. Die gaan soms wat veel over manipuleren en bewerken van anderen, dan over authentiek leiderschap. Dat is bij Goldsmith heel anders.

Het past ook beter met wat ik vroeger leerde van Carl Rogers (authenticiteit, echtheid en congruentie), maar Goldsmith voegt er zeker de dimensie van de invloed van de eigen persoon aan toe. En in zijn laatste boek leert hij hoe je die eigen persoon duurzaam ten goede kan veranderen.

Het is wat laat om als kerstgeschenk te dienen, anders zou ik zeker zeggen: bestel Triggers maar snel bij bol.com. Helaas nog niet in het Nederlands verkrijgbaar, maar gezien Goldsmiths andere boeken werden vertaald zal deze ook wel volgen. Ik zal het opvolgen en hier even melden als het zover is.

 

noot: triggers is nu in het Nederlands verkrijgbaar : https://www.bol.com/nl/p/triggers/9200000046575292/

Ontketenen je brein, Theo Copernolle. (boekbespreking)

Theo Compernolle. Ontketen je brein, hoe hyperconnectiviteit en multitasken je hersenen gijzelen en hoe je er aan kan ontsnappen. 2014 , 423 p

 

Compernolle is arts en coach. Zijn basisonderzoek ging over stress. En dat voel je doorheen gans het boek.

Al eer het boek van start gaat is de hoofdtoon gezet. Met vier aforismen uit de 17e en 19e eeuw worden de kracht van focus en de kwaliteit van storingen geëtaleerd.

Een inleidend en wat theoretisch deel één komt wat traag op gang. Ik kan niet goed beschrijven wat er precies in staat. Het belangrijkste om te onthouden is het verschil tussen het reflexbrein en het reflecterende brein. Dit concept blijft nadien door het ganse boek gebruikt.

In deel twee beschrijft Compernolle uitgebreid de manier waarop we dat nieuwe en unieke menselijke deel van het brein ketenen. Hij gebruikt hiervoor de metafoor van de breinboei. Achtereenvolgens worden volgende boeien beschreven: altijd online zijn, multitasking, een continue laag niveau van stress, gebrek aan pauzes en slaap, en de nefaste invloed van open kantoorruimtes.

De e-mail (en navenanten: facebook, sms, WhatsApp, …) en het gebruik van de gsm achter het stuur vormen de twee concentraten van dit deel. Vooral dat laatste zet Compernolle flink in de verf. Later in het boek komt hier nog verschillende keren op terug. Niet onterecht denk ik, als je de cijfers van de ignorantie én de cijfers van het verhoogde risico combineert.

In deel drie, ja hoor, komen de breinboeibrekers aan bod. Alle boeien passeren nog eens de revue. Dat maakte dat het boek wat langdradig leest en lijkt alsof het vele herhalingen bevat. Nochtans is Compernolle origineel in zijn aanpak in dit deel. De breinboeienbrekers waar ‘ik’ zelf wat kan aan veranderen, die ‘wij’ en tenslotte die ‘zij’ kunnen wijzigen. Compernolle moedigt aan om met collega’s en huisgenoten afspraken te maken over het gebruik van ICT (nogmaals, met mailen en gsm-gebruik achter het stuur in een hoofdrol).

Compernolle concludeerde zijn boek in drie regels: roei taakwisselingen radicaal en genadeloos uit, ga offline om te reflecteren, ga offline om te pauzeren en te archiveren.

 

En wat langdradig aanvoelend boek. Maar Theo Compernolle schrijft erg authentiek. Je voelt dat alles wat hij schrijft gemeend en erg doorleefd is. Daardoor vergeef je hem graag de zonde van herhaling.

Na het lezen van dit boek weet ik nog feller dan voorheen: altijd online zijn is een verslaving die veel te veel tijd kost, multitasken is slecht slecht slecht, en de gsm en de auto zijn een gevaarlijke combinatie.

 

 

Matthieu Ricard, Altruïsme (boekbespreking)

Matthieu Ricard, Atruïsme, de kracht van compassie. (Ten Have, 2015 oorspronkelijke uitgave 2013)

 

In de lijvige werk (900 blz) verbindt de Franse Boeddhistische monnik inzichten uit verschillende wetenschappen aan mekaar. Doorheen het ganse boek wordt een verbazingwekkende hoeveelheid feiten uit wetenschappelijk onderzoek op gebied van psychologie, filosofie, natuurwetenschappen en ecologie gepresenteerd.

Ricard vertrekt erg theoretisch met hoofdstukken over de betekenis van empathie, altruïsme en compassie. Altruïsme noemt hij die levenswijze waarbij met die welbepaalde motivatie het verlangen naar het welzijn van de ander wordt nagestreefd. In de vele volgende hoofdstukken geeft hij door tientallen voorbeelden het bewijs dat altruïsme wel degelijk bestaat. Ricard gaat dan op zoek naar de oorsprong van altruïsme. Hij zoekt en vindt dat onder meer in de evolutietheorie, in vele oude culturen, bij dieren en kinderen.

Hij gaat vervolgens op zoek naar manieren om dat altruïsme te cultiveren waarbij hij verschillende keren stilstaat bij de motiverende kracht van meditatie. Hij begint dan aan een tiental hoofdstukken met vele tegenvoorbeelden en vaststellingen dat altruïsme echt niet universeel is. Dit is het pessimistische deel van het boek. Gestructureerd egoïsme, de houding van de georganiseerde voedselindustrie, de toestanden in ’s werelds slachthuizen, de verschillende genocides… allemaal passeren ze de revue. Vele voorbeelden zijn erg pakkend. Door deze vele tegenvoorbeelden besef je echt wel dat altruïsme niet universeel is, wel dat het verrek veel zal kunnen helpen bij het oplossen van de problemen waarmee de mensheid geconfronteerd wordt.

In het vierde en laatste deel bekijkt Ricard hoe een altruïstische samenleving gebouwd kan worden. Hij bespreekt achtereenvolgens samenwerking, de kracht van opvoeding en onderwijs, manieren waarop ongelijkheid wordt bestreden, hoe een economie altruïstisch kan zijn, en, tenslotte het belang en kansen van altruïsme voor toekomstige generaties en duurzame harmonie. Met steeds weer vele voorbeelden van de opbouwende kracht van altruïsme versus de vernietigende force van egoïsme.

Altruïsme van Matthieu Ricard is een heftig boek om te lezen. Je maakt kennis met geweldig culturen en mensen. Bothan als voorbeeld van een klein land dat werkt met zijn Bruto Binnenlands Geluk meter en erin slaagt welvarendheid te combineren met een negatieve CO2 balans. Je leert over Muhammad Yunus , de ontwikkelaar en grondlegger van het microkrediet. Hij geldt als een voorbeeld hoe 1 individu het verschil kan maken.

Maar daarnaast is er Monsanto als voorbeeld van destructiviteit ten bate van allesvernietigend kapitalisme. Het jarenlange geïnstitutionaliseerde bedrog van de tabaksindustrie en de georganiseerde leugens van de geneesmiddelenindustrie.

Verhalen van mensen die het verschil maakten in de ene richting (de Afrikaanse boer die op zijn manier en inzet duizenden hectares woestijn in vruchtbaar land herschiep, Nelson Mandela of Gandhi die met tomeloze inzet hun land én de wereld veranderden) of in de andere richting (verhalen van psychopathische moordenaars, Hitler of Stalin).

Zelden las ik zoveel pessimisme en optimisme gebundeld in 1 boek. Ik weet ook niet welke de balans is. Ricard eindigt met optimistische hoofdstukken, maar de rest kan moeilijk vergeten worden…

 

Een geweldig boek, maar als ik het binnen enkele maanden herlees zal ik enkele hoofdstukken misschien toch maar overslaan. Van de andere kant kan ik niet anders dan zelf nadenken over een hoop problemen. En vooral proberen te onthouden dat ook individuen het verschil kunnen maken. Zullen maken.

Nu bestellen bij Proxis of Amazon en Ricards werk ligt nog netjes onder je Kerstboom…

Tot hier en nu verder, Marshall Goldsmith

Tot hier en nu verder, Hoe succesvolle mensen nog succesvoller worden. Marshall Goldsmith, (2008)

Waar je ook staat in je carrière, het boek van Marshall Goldsmith is de gids om je bewust te worden van je slechte gewoontes, om er komaf mee te maken en te bereiken wat je wil bereiken. Goldsmith maakt duidelijk dat we er vaak geen idee van hebben hoe we over komen op onze medewerkers, baas, collega’s en ondergeschikten. Dit boek opent je de ogen en laat je zien hoe onze omgeving ons gedrag echt ervaart. En vaak is dat heel anders dan wij denken… . Misschien herken je hier wel iets van: je denkt dat je kennis deelt op een overleg door continu aan het woord te zijn, maar anderen vinden je arrogant en zouden graag hebben dat je ook eens luistert. Je denkt dat anderen het appreciëren als je continu commentaar geeft op hun voorstellen, maar anderen vinden je bemoeizuchtig. Je denkt dat je verantwoordelijkheden geeft door te delegeren, maar anderen vinden dat je je er makkelijk van af maakt.

Continue reading “Tot hier en nu verder, Marshall Goldsmith”